Reglement Quickey-500

1. Omschrijving van de modellen.

Alle modellen die toegelaten worden door de AMA mogen gebruikt worden om deel te nemen aan de wedstrijden Quickey 500. Een paar erkende modellen Zijn o.a.:

Quickey 500 (Duitse bouwdoos)

Yellow fever (Amerikaans model)

Viper (Amerikaans model)

Doddger (epoxy rompen toegelaten)

De modellen moeten een exacte weergave zijn van de bestaande plannen. Hiermee wordt bedoeld dat de maten en dergelijke gerespecteerd dienen te worden. Een uitzondering hierop is het landingsgestel. De keuze hiervan wordt vrijgelaten, maar de enige voorwaarde is dat het landingsgestel tweebenig moet zijn. De diameter van de wielen zijn vrij te kiezen.

De minimale dimensies zijn:

De romp moet een minimale breedte hebben op het breedste punt boven de vleugel van 27/8" = 7.3025 cm.

De hoogte van de romp met de vleugel inbegrepen moet de minimale hoogte hebben van 3 1/2" = 8.89 cm gemeten over de vleugel.

De Firewall moet vierkantig zijn met de zijde 2 1/4" = 5.715 cm. De hoeken mogen niet worden afgerond.

Het vleugelprofiel moet een minimale dikte hebben van 1 3/16" = 3.01625 cm over een minimale lengte van 47 1/2" = 120.65 cm.

De spanwijdte van de vleugel van tip tot tip moet minimaal 50" = 127 cm zijn.

Het minimum gewicht is 1,6 kg.

2. Motoren.

Alle motoren van max. 6.5 cc die voorzien zijn van frontinlaat en zijuitlaat mogen gebruikt worden.

3. Geluiddempers.

Alle geluiddempers met expansiekamer zijn toegelaten. Resonantiepijpen mogen echter niet gebruikt worden.

4. Propellers.

Alle commerciële propellers worden toegestaan, uitgezonderd koolstof propellers. De pitch en de lengte mogen dus vrij bepaald worden.

5. Carburator.

De carburator mag van het type stunt (zonder gasregeling) of RC (regelbare gas) zijn.

6. Stilzetten van de motor.

Elk model moet uitgerust zijn met een radio-bestuurde functie om de motor stil te leggen. De piloot moet in staat zijn de motor binnen de 5 seconden stil te leggen in eender welke situatie.

Deze functie kan bijvoorbeeld gebruikt worden wanneer het toestel door een air-collision onvliegbaar blijkt te zijn. Om veiligheidsredenen zal op de nauwkeurige werking hiervan controle worden uitgeoefend tijdens de wedstrijden door hiertoe aangestelde mensen (zie verder).

7. Brandstof.

De brandstof wordt voorzien door de inrichtende club. De brandstof bestaat uit een mengeling van 20 volume percenten resinusolie en 80 volume percenten methanol. De controle van het tanken van de toestellen zal eveneens voorzien worden door de inrichtende club. De controle bestaat uit de volgende handelingen:

1. De tank van het vliegtuig volledig leeg trekken,'

2. Dan wordt de tank gevuld met de brandstof van de club.

8. Verloop van de wedstrijd.

Elke wedstrijd is samengesteld uit ten minste drie vluchten. Om een officiële vlucht te hebben moet men de 10 ronden van het circuit tijdens 1 vlucht binnen afzienbare tijd kunnen afleggen.

De bedoeling is dit traject van 10 ronden zo snel mogelijk af te leggen.

8.1 De startprocedure.

De chef piste controleert eerst of alle officiëlen gereed staan. De toestellen worden aan de startlijn opgesteld met een tussenruimte van 3 meter. De radiobesturingen gecontroleerd op een storingsvrije werking. Daarna wordt de startperiode van 1 minuut voorzien voor het starten van de motoren. Na deze minuut moet het starten van de motoren stoppen. Indien een motor gestart is binnen de minuut, maar nog niet afgeregeld is, dan mag het toestel nog gelanceerd worden totdat een ander toestel opnieuw de startlijn passeert (dit is dus na 1 ronde). Elk vliegtuig moet in staat zijn uit eigen kracht op te stijgen. Het vliegtuig dat het kortst met basispylon 2 staat mag eerst vertrekken. De toestellen vertrekken daarna in volgorde van links naar rechts elk met een tussentijd van 1 seconde.

8.2 Het race verloop.

De sportdirecteur heeft het recht om aan iedere deelnemer te vragen om de luchtwaardigheid van zijn model en/of zijn vliegbekwaamheid te bewijzen in circuit. Piloten welke regelmatig onder pylon hoogte vliegen, of over het publiek vliegt, krijgen een waarschuwing van de chef de piste. Een volgende overtreding betekent diskwalificatie voor die betreffende vlucht.

8.3 Bepalen van de score

De tijd van iedere vlucht wordt getimed met een chrono tot op 1/10 seconde nauwkeurig. Het aantal seconden komt dan overeen met de score voor die vlucht. Nadat de vlucht is beëindigt gaat de chef de piste na wie eventueel welke overtreding heeft gemaakt. In geval van een overtreding zoals: te vroeg starten of één pylon-cut, wordt er bij de behaalde tijd een straftijd opgeteld van 10% van de behaalde tijd.

In geval van meer dan één fout wordt de piloot gediskwalificeerd voor die vlucht. De piloot wordt ook gediskwalificeerd wanneer hij de 10 ronden niet uitvliegt. Een gediskwalificeerde piloot krijgt dan voor die vlucht een score van 200 punten toegekend.

 

8.4 Aircollision en reflight.

Aircollision: Elk contact van twee toestellen na het startsignaal wordt beschouwd als een aircollision. De race wordt voor de alle piloten direct stilgelegd. Een reflight zal volgen.

Reflights : Indien er een slechte coördinatie ontstaat of bestaat tijdens het uitvoeren van een vlucht, die in het nadeel is van de piloot, krijgt de piloot een reflight. Met een slechte coördinatie verstaat men o.a. : verkeerd tellen van de ronden, verkeerde tijdsopname, verkeerde lamp signalen, of een aircollision ...

 

9. Eindrangschikking.

Het aantal wedstrijden dat elk sezoen wordt gevlogen, wordt jaarlijks vastgelegd. De gemiddelde tijd per persoon per wedstrijd zal tellen voor de berekening van het eindklassement. Het aantal geldende wedstrijden, wordt eveneens jaarlijks vastgelegd. Onderstaande tabel geeft het aantal geldende vluchten per wedstrijd


Aantal geldige vluchten

Aantal vluchten die
meetellen voor de wedstrijd

3

1

4

2

5

3

6

4

7

4

 

10. Controle door bevoegd personeel.

Er zal een regelmatige controle op de vliegtuigen worden uitgevoerd tijdens de wedstrijden. De sportdirecteur en coördinator zijn hiertoe bevoegd. Toestellen die niet in orde zijn kunnen gediskwalificeerd worden. Indien er iemand een klacht wil indienen zal dit schriftelijk moeten aangegeven worden aan de juryleden, vergezeld met een bijdrage van 12,50€ . Na een gegronde klacht zal het bedrag worden teruggegeven. Indien de klacht ongegrond is zal dit bedrag dienen voor een tournee génerale.

11. Organisatie.

Om een goed verloop van de wedstrijd te waarborgen wordt aan de piloten gevraagd om aan de voorbereiding van elke wedstrijd mee te werken. De voorbereiding bestaat erin: het opstellen van de pylonen, inschrijvingen doen, ... Er zullen geen oefenvluchten worden toegestaan voor de aanvang van de wedstrijd vooraleer de pylonen op de juiste plaats staan, en het plein vrijgegeven wordt door de sportdirecteur of coördinator.

12. FAI-regelement

Alle andere punten die niet beschreven zijn in dit reglement zullen het F Al reglement als leidraad gebruiken.


Willy Buysmans        Sportdirecteur pylonsectie

Emiel Verjans          Coördinator pylonsectie